Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
plaatst de gedeeltelijke producten recht onder elkander,
waardoor het product 19440 te klein is. Welk is dat
getal ?
5. A kan zeker werk in 8, B in 10 en C in 15 dagen
verrichten. A werkt er 4 en B 2 dagen aan. In hoe-
veel dagen kan C de rest afmaken?
6. Een doos is, van binnen gemeten, 2,5 dM lang, 2 dM
breed en 1,5 dM hoog. Hoeveel kuben, waarvan de
lengte 5 cM bedraagt, kunnen er in geborgen worden?
7. Een wagenwiel maakt op zekeren weg 3600 omwente-
telingen. Hoeveel omwentelingen zou een wiel, dat 2
maal zoo grooten omtrek had, maken op een weg, die
maar half zoo lang was?
a_b
Van een rechthoekig trapezium
is ab 10 cM, cd lö cM en ac 8 cM.
Bereken nu zijne oppervlakte in dM^.
c ■ d
9. Wanneer de evenwijdige zijden van een rechthoekig
trapezium 12 en 18 cM lang zijn en de hoogte 1 dM
is, hoeveel cM^ is het dan groot ?
10. ;-— Van een scheefhoekig gelijkbeenig
/ trapezium zijn de evenwijdige zijden 8 en
/ 12 cM. Hoeveel M^ is de oppervlakte,
j wanneer de hoogte 1 dM bedraagt?
11. Iemand heeft een kapitaal, / 300 groot. Hij zet ƒ100
er van uit tegen / 4o/o, / 100 tegen/4V2 7o cn /lOO
tegen 5<'/n. Hoeveel percent trekt hij gemiddeld van
zijn geld ? (Op twee manieren berekenen.)
12. Iemand heeft ^ijn kapitaal uitgezet tegen 3Vo>