Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
Welk deel zal er uitloopen, als beide kranen 1 uur 20
minuten openstaan?
16. K koopt een stuk linnen van 25 en L van 80 M. Het
linnen van K is per M 15 ct duurder. Hoeveel kost de
meter van ieder, als beide stukken even duur zijn ?
17. Een veehandelaar verkoopt eene koe voor y 175. Was
de verkoop y 190 geweest, dan zou er tweemaal zooveel
gewonnen zijn als er nu verloren is. Bereken den in-
koop.
18. Hoeveel getallen van 3 cijfers kunt gij maken van de
cijfers i, 5 en 6 ?
Welke is de som dier getallen ?
19. Een kruidenier verkoopt de KG thee, die hem / 3 kost,
zóó, dat de winst ^/s van den verkoop bedraagt. Be-
reken nu den verkoop.
20. Teller en noemer eener breuk verhouden zich als 5 en 6.
Vermindert men 5 maal den teller met 1 en tegelijk den
noemer met 2, dan is de breuk in waarde gelijk aan 1.
Welke is die breuk ?
§
1. Hoe zwaar weegt een staaf ijzer, die 3,75 M lang, 0,5
dM breed en 2 cM dik is. (Soortelijk gewicht van ijzer
7,8).
2. Iemand koopt 225 K(jr kaas voor / 54. Toen hij ze ver-
kocht, was ze zóóveel ingedroogd, dat ze hem 30 ct per
KG kostte. Hoeveel percent was die kaas ingedroogd?
3. Twee getallen zijn samen 525. Als het kleinste 5 maal
in hun verschil begrepen is, bereken dan eens het grootste.
•4. Een leerling vermenigvuldigt een getal met 24, maar