Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de lagere school
Deel: 8e stukje
Auteur: Walda, R.H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1895 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9306
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202311
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
neer in- en verkoop samen ƒ 4680 bedraagt, vraagt men
den verkoop te berekenen.
7. A en B winnen bij een gemeenschappelijken handel 6V4%
of f 500. A krijgt het '/g deel van de winst van B.
Hoeveel heeft hij ingelegd ?
8. Een getal kan zonder overschot gedeeld worden door
12 en 15. De quotiënten verschillen 6. Bereken nu het
deeltal.
9. Het aantal knikkers van Hendrik staat tot dat van
Klaas als 5 : 7. Hendrik wint 12 knikkers van Klaas
en nu hebben zij evenveel. Hoeveel knikkers had ieder
eerst ?
10: Een landbouwer verkoopt graan tegen ƒ4,50 den HL.
Als der partij evenveel is als het vijfde deel en 4
HL, hoeveel gulden bedraagt dan de verkoop ?
11. Een kapitaal staat tegen 3'/aVo 's jaars op interest van
1 Maart tot 1 Mei en geeft in dien tijd ƒ 7,875 rente.
Hoe groot is het ?
12. Twee horloges worden gelijk gezet. Het eene wint per
etmaal 10 minuten uit en het andere loopt per etmaal 5
minuten achter. Na hoeveel dagen zullen ze weer ge-
lijk zijn ?
13. Een koopman kocht eene partij waren voor ƒ 300. Na
vijf maanden verkocht hij ze op 3 maanden crediet tegen
ƒ 1,25 per KG, winnende nu 7V27o 's jaars. Hoe zwaar
woog de partij ?
14. A, B en C leggen samen ƒ14000 in om handel te drij-
ven. Als A half zooveel inlegt als B en C ƒ 1000 min-
der dan C, vraagt men den inleg van A.
15. Een vat loopt door 2 kranen in 1 uur 40 minuten leeg.