Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
Des avonds, toen de hinderen juist te bed
zouden gaan , vroeg hun de vader: « Wel, jon-
gens , hoe zijn u die perziken bevallen ?"
<( O vader, opperbest," sprak de oudste zoon.
(( Het is een kostelijk, sappig fruit. Ik heb de
pit zorgvuldig bewaard, en als de lente komt,
zal ik die in den grond zetten; dan krijg ik er
een perzikboompje van."
« Zoo zeide de vader, « dat is voorzichtig
en wijs. Een verstandig huishouder is er altoos
op uit, om voor de toekomst te zorgen."
« Ik heb mijne pei-zik in eens opgegeten, en den
steen weggeworpen," zeide de jongste, die nog heel
klein was; « en moeder gaf mij nog de helft van de
hare. Ze was zoo zoet, ze smolt in mijnen mond."
<< Wel," sprak de vader, « dat was niet bij-
zonder slim, maar heel natuurlijk voor zulk een
klein jongetje als gij zijt. Voor slimheid is later
nog tijd genoeg."
« Ik ben slim geweest, vader," zeide nu op
een na de oudste; « ik raapte den steen op, dien
de kleine jongen weggeworpen had, en brak hem
open. Daar zat eene pit in, die smaakte zoo lekker
als eene noot. Maar mijne perzik heb ik verkocht,
en ik kreeg er zooveel voor, dat ik, als wij
eens naar de stad gaan, er misschien wel tien
of twaalf voor koopen kan."