Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
Frils. Dan zouden wij het misschien mogen
houden; maar dan was hel nog beter, als het
aan de armen gegeven werd.
Jan. Hoor eens, Frils, ik wou dal er niemand
naar kwam vragen.
Frits. Dal is niet waarschijnlijk; ik zou eer
denken , dat degene , die het geld verloren heeft,
hel al vroeger aangegeven heeft dan wij.
Jan. Maar — wij konden toch ook wel....
Frits. Nu ja, wat konden wij ?
Jan. Stilzwijgen, en juist doen of wij niets
gevonden hadden; niemand heeft ons immers.......
Frits. Zoo, zoo, moeten wij dan dieven wor-
den ? Want beter dan dieven zijn wij niet, als
wij gevonden geld , dat aan een ander toebehoort,
voor ons zeiven houden. Neen , Jan , als gij zulk
een slechte jongen zijt, wil ik niets meer mei u
te doen hebben.
Jan. Dieven worden ?..... Neen , een dief
wil ik toch niet zijn.
Frits. Dus, wij gaan het aangeven, nietwaar.^
Jan. Gelijk gij zegt, mogen wij niet anders.
Maar , jongen , Frils , het is toch verdrietig.
Frils. Hoe zoo F
Jan. Wel, dal wij het niet mogen houden.
Ik had mij al zoo blij gemaakt met al dat geld.