Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
— Dat spreekt van zelf, vader, hij die, welke naar
den Hemel gaan.
— Welnu , beste jongen , dan maar opgepast, dat gij
kier altoos braaf leeft; wanneer gij dan sterft, zal
uwe ziel naar den Hemel gaan, en uw lichaam zal
ook eens heerlijk weer verrijzen. Eenmaal hopen wij
elkander in den laatsten dag schoon en blinkend, om-
ringd door de heilige Engelen , te ontmoeten , en samen
in den Hemel eetcwig te leven.
16" LES.
Of Harel het onthouden heeft.
Eer gij het volgende versje leest, moet gij u de
vorige les eens goed herinneren ; dan kunt gij zien of
Karei ook onthouden heeft, wat zijn vader hem zeide.
Karei komt met zijne makkers Hein en Herman
uit een huis, waar zij twee lijken gezien hebben;
daarover beginnen zij samen te praten. Gij begrijpt
wel, dat zij alles juist niet met dezelfde woorden
gezegd hebben; er is nog al wat aan veranderd, om
het op rijm te brengen ; maar zoo zult gij het, denk
ik, des te liever lezen.
Hein. Nooit ga 'k weer naar dooden kijken !
Foei, hoe aklig zijn die lijken !
't Is mijn eerste en laatste keer.
Bleek en blauw zijn mond en wangen ,
Stijf blijft ieder lidmaat hangen :
Neen, nooit zie ik lijken weer.