Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
12e les.
Het rendier.
Onder al de dieren der aarde is voorzeker het
rendier een der nuttigste. Het behoort tot het
geslacht der herten, kan nergens dan in de koude
luchtstreek leven, en is voor de Laplanders en
Samojeden onontbeerlijk. Het heeft de grootte en
nagenoeg de gedaante van een hert, zonder zoo
schoon en slank ie zijn; zijn nek en pooten zijn
korter en dikker, over het algemeen is het
grover gebouwd , en het heeft bijna geheel eene
aschgrauwe kleur. Het is van natuur wild en
houdt zich gaarne op in bosschen, waar er
dikwijls vele in troepen bij elkander gevonden
worden. Wanneer het den ouderdom van vier
jaar bereikt heeft, wordt het tam en tot den
arbeid geschikt gemaakt. Alles wat zich aan het
rendier bevindt, wordt tot nuttige einden gebruikt.
Van de melk, welke beter is dan die onzer
koeien, maakt men goede kaas en boter. Het
vleesch verstrekt den bewoners van deze koude ,
onvruchtbare landstreek tot een smakelijk voedsel;
ook het bloed wordt lot hetzelfde einde gebruikt.
De huid dient tot vervaardiging van kleederen en
lot dekking der armoedige hutten, waarin zich
de bewoners voor de sirengheid van het weer