Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
blijft liggen." Nu, als gij goed oplet, wat ik nu
zal vertellen, zult gij dit zeker weten.
Thomas, de zoon van den schipper, moest voor zijnen
vader veel boodschappen doen. Hij werd daarom ook
dikwijls naar Arend den grutter gezonden, om iets te
halen. Als hij daar dan zoo in den winkel stond,
keek hij altijd rutar het geld en dacht dan: „O, kon
ik het maar eens stil wegnemen; was ik maar eens alleen!"
Dat Thomas hieraan zeer slecht deed, behoef ik u
zeker niet te zeggen. Dit zult gij allen nog wel weten
van Koenraad, die zoo dikwijls naar den tuin ging,
om ie zien of de appelen nog niet rijp waren. Welnu,
wat staat daarvan in de Goede Kinderen ? Juist !
— „die den wil heeft om te stelen, doet reeds kwaad."
Het ging met Thomas dan ook niet veel beter. Wat
hij al zoolang gewenscht had, gebeurde eindelijk. Op
eenen Donderdag was Thomas weer in den winkel; hij
keek met veel begeerte naar het geld, en wenschte zeer,
om maar eens een oogenblik alleen te zijn. De winke-
lier moest nu ook juist even binnen, en Thomas bleef
alleen. Nu bedacht hij zich ook niet lang. Aanstonds
stond hij op de teenen, en deed alles, om het geld in
handen te krijgen. Maar wat hij ook deed, hij kon
er niet bijkomen; hij was een weinig te klein. Wat
zou Thomas nu doen ? Hij was al te slecht, om zich
nu nog door zijn geweten te laten waarschuwen; hoe
fel zijn hart ook klopte, en hoezeer hem zijn geweten
ook toeriep: „ Thomas, laat het toch liggen, gij
zidt een dief zijn en dan zeker ontdekt worden" hij