Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 6e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1858
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9261
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202291
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
23. Het me-de-Iij-den.
Chris-je kwam eens in huis; de tra-
nen He-pen haar langs de wan-gen
en zij snik-te luid. —
Wat scheelt u, mijn lie-ve kind? vraag-
I de ha-re Moe-der. Hebt gij een on-ge-
luk ge-had ? Waar-om schreit gij ? —
Ach! Moe-der, zei-de Chris-je^ er
zit op straat ee-near-me vrouw, met
een kind op ha-ren schoot. — Dat
kind heeft bij-na gee-ne klee-de-ren aan
enschreit vanhon-ger.Hetheeft den ge-
hee-len dag nog niets ge-ge-ten. Ik heb
me-de-lij-denmetdieon-ge-luk-ki-gen.
O, als wij eens zoo arm wa-ren! —
Het ver-blijdt mij, sprak de Moe-der,
dat gij me-de-lij-den ge-voelt met on-
ge-luk-ki-ge men-schen. Kom, ga met
mij, dan zul-len wij e-ten en klee-de-
ren aan de ar-me vrouw bren-gen.
Hoe ver.heugd het goe-de Chris je nu
was, kan ik u niet zeggen, mijne
kinder-en.