Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 6e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1858
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9261
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202291
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
ai.
19. De sai-zoe-nen.
Wil'lem. Voor vier wé-ken was al-les
nog met sneeuw be-dekt, en nu zijn er
al groe-ne knop-jes aan de boo-men.
VA-der. Wij zijn nü in de len-te, mijn
kind! In de len-te kó-men er bla-de-
ren aan de boo-men, de da-gen wor-
den lan-ger, en het wé-der is zacht en
aan-ge-naam: dan zaait en plant men
vruch-ten en bloe-men — Öp de len-te
volgt de war-me zó-mer, waar-in de
vruch-ten groei-jen en rij-pen endeda-
gen lang zijn. — In den herfst wor-den
de da-gen wé-der kor-ter, en de rij-pe
vruch-ten in-ge-za-meld.—Ein-de-lijk
kömt de kou-de win-ter, dan zijn de da-
gen heel kort en er kan niets groei-jen.
Zoo volgt het ee-ne sai-zoen lang-zaam
öp het an-de-re, en dat is nut-tig
en aan-ge-naam.
In het wis-s'len der sai-zoe-nen
Spreidt ook God zijn' magt ten toon;
Breng Hem daar-voor, heel üw lé-ven ,
liof en dank, mijn lie-ve zoon!