Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 6e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1858
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9261
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202291
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
12. God geeft het brood.
Mees-ter. Lust gij wel brood, mijn kind^
Kind. ó Ja, Mees-ter! zeer graag.
Mees-ter. Van wie krijgt gij het brood ?
Kind. Van mij-ne ou-ders, en die koo-pen
het van Har-men, den bak-ker.
Mees-ter. Waar-van bakt Har-men het brood?
Kind. Hij bakt het van rog-ge, die hij van
de boe-ren koopt en bij Klaas, den mó-le-
naar, laat mé-len.
Mees-ter. Juist; de boer be-ploegt het land
en zaait er rog-ge in, en die rog-ge groeit
door ré-gen en zön-ne-schijn. Maar wie geeft
ré-gen en zön-ne-schijn?
Kind. On-ze lie-ve Heer.
Mees-ter. Best. Als God geen ré-gen en warm-
te gaf, zou er niets kun-nen groei-jen, en
wij kön-den geen lek-ker en ge-zönd brood
krij-gen.
De spijs, waar-van wij lé-ven,
Wordt ons van God ge-gé-ven.