Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 6e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1858
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9261
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202291
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
aau.
7. De ön-ge-hoor-zä-me Jd-koh.
Köm, Jd-koh zei zijn Vä-der, loop
gaauw n aar den win-kel en haal mij een
pöndtä-bak. Goed, Va-der-lief! sprak
Jd-koh'
Naau-we-lijks was hij öp straat, of
llij zag jön-gens aan het knik-ke-ren.
Jd-kob dacht niet meer aan zij-ne bood-
schap , en be-gön mé-de te spé-len.
Was Jd-koh niet ön-ge-hoor-zaam ?
ZijnVa-der zat een ge-heel uur te wach-
ten, maar 6 kwam niet te-rug.
Nü ging de goe-de man uit, om Jd-koh
te zoe-ken, en vönd hem nog druk aan
het spé-len. Hij moest ter-stönd mé-de
naar huis; en toen Va-der en Moe-der
des mid-dags wan-de-len gin-gen,
moest Jd-koh tot straf te huis blij-ven.
Wat üw Va-der ü ge-biedt.
Zorg, dat dit ter-stönd gc-schiedt;
Want door ön-ge-hoor-zaam-heid
Wordt een treu-rig lot bc-reid.