Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 6e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1858
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9261
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202291
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
6. De eer-lij-ke Paul.
Mees-ter zei eens öp de school:
Wat men vindt, moet men aan die-
gè-nen, welke het ver-ló-ren heeft,
te-rug gé-ven.
Zoo deed Paul ook. Kömt, dat zal
ik ü ver-tel-len.
Eens, toen Paul uit de school kwam,
zag hij iets öp de straat lig-gen, dat
hem in de oo-gen hlönk. Hij kreeg het
öp, — en wat was het? — Een gou-den
ring.—Dien moet gij voorübe-hou-den,
rie-pen de kin-de-ren, die erbij wa-ren.
Neen, zei Paul, ik wil niet ön-eer-
lijk zijn, en bragt den ring aan Mees-
ter. Spoe-dig hoor-de men, dateene
Juf-vrouw hem ver-lö-ren had. Mees-
ter gaf den ring te-rug, en kreeg
voor het vin-den een stuk geld in
zijn' spaar-pot.
Kin-d'ren! wat gij vindt, moet gij vvé-der gé-ven;
Wilt toch eer-lyk zijn door ge-heel üw lé-ven.