Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 5e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1856
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9260
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202290
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
21. De ou-de vrouw.
Leen-tje en Bet-je kwa-men uit de
school. Öp straat za-gen zij ee-ne ou-
de vrouw, die met een kruk-je liep»
Ach zei-de Bet-je, dat ar-me mensch
kan haast niet loo-pen, zoo zwak is zij.
En ziet l daar viel de goe-de sbof
Ó-ver ee-nen steen.
Laat öns haar öp-hel-pen, sprak Bet-
je , zij va t zich zoo zeer.
Köm, köm! gaf Leen-tje ten ant-
woord , zij kan zel-ve wel weër op-
staan : ik ga met de meis-jes daar gin-
der wat touw-sprin-gen, — en met
een liep zij weg.
Maar wat deed Bet-je?
Zij hielp de ou-de vrouw öp.
Wie was de beste, Leen-tje of Bet-je'i
Ziet gij een mensch in nood of druk,
ó, Help hem in zijn ön-ge-luk.