Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 5e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1856
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9260
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202290
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
18. Iets Ó-ver God.
Weet gij wel, mijn kind! wie daar
bó-veninden hé-mel woont? In den
hé-mel woont ön-ze lie-ve Heer. Men
zegt ook wel té-gen ön-zen lieven Heer
van God, Den naam van God moe-ten
wij al-tijd met eer-bied noe-men. God
is de Schep-per van al-les, wat er be-
staat, en hij is de Va-der van al-le men-
schen. Ön-ze Ou-ders gé-ven öns wel
é-ten; doch God laat het was-sen. Wij
kun-nen God niet zien, maar God ziet
öns al-tijd, ook wan-neerwij al-leen
zijn, of als het dön-ker is. God wil,
dat wij braaf Ie-ven, en ön-zen Ou-ders
enMees-ters ge-hoor-zaam zijn zul-len.
»Zou ik niet mijn God be-min-nen.
Die mij al, wat goed is, geeft?"
Ja, ik wil Hem ló-ven, dan-ken,
»Die als Va-der voor mij leeft."