Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 5e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1856
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9260
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202290
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
m.
17. Dien-lje.
Ik ken een lief meis-je. Hoe het heet?
Dien-tje heet het. Dit kind heeft gee-
ne Ou-ders meer, en daar-öm heb-hen
haar' Oom en Tan-te haar bij zich in
huis ge-nó-men. Dien-tje gaat al-le
dä-gen twee-maal naar de school; als
zij te huis kömt, zit zij bij Tan-te te
brei-den. Zij heeft al een paar kou-sen
voor ha-re nicht ge-breid, en nü is zij
met een paar voor Oom te werk. Oom
zei-de gis-ter: Dien-tje\ als gij mij-ne
kou-sen af hebt, dan krijgt gij een
dub-bel-tje in üw spaar-pot. Nü is het
een lust öm te zien, hoe het goe-de
kind zit te brei-den.
Meis-jes! volgt gij Dien-tje na;
Kou-sen brei-den kömt te sta.