Boekgegevens
Titel: Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Deel: 5e stukje
Auteur: Vries, J.J. de
Uitgave: Leeuwarden: U. Proost, 1856
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9260
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202290
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste onderrigt in de natuurlijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
10. Saar-lje.
Saar-lje, mij-ne nicht, is een lief meis-
je; maar zij heeft ee-ne groo-te on-
deugd, waar-öm zij vaak straf krijgt.
En wel-ke ön-deugd is dat, meent gij?
Als Saar-je iets ge-daan heeft, dat
niet goed is, dan heeft zij aan-stönds
ee-ne leu-gen klaar. Dat is lee-lijk,
niet zoo? Gis-te-ren brak zij een bier-
glas, en toen Va-der vroeg, w ie het
ge-daan had, zei-de zij: dat heeft
Jet'je ge-daan. —
Saar-tje, sprak Va-der, nu leu-gent
gij. Ik heb ge-zien, dat gij het ge-daan
hebt. Weet gij wel, dat in üw boek-je
staat: de leu-gen is ee-ne groo-te
zön-de ?
ó, Waar zal het met ü heên?
Gij kunt mijn kind niet lan-ger zijn.
Zoek in de waar-heid üw be-ha-gen:
Een leu-ge-naar is te be-kla-gen.