Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
56 B IJ BELSCHE
J. d. AV. vallen van jozef; — hunne wonderbare
verlossing uit Egypte; — de wetgeving en
/924. andere wonderen in de woestijn — moesten
hen van deze waarheid, dat god hun Ko-
ning was, volkomen overtuigen, — God
was hun eenige Bestuurder en Regent, van
welken zij, in alle gevallen, bevelen, raad
en hulp moesten vragen. Mozes was dus
alleen de overbrenger, de uitvoerder der
wetten, door god gegeven; — hH was
niet zoo zeer hun Opperhoofd, maar veeleer
de spreker tusschen go-d cn Israël, — Deze
wijze van regering noemt men Godsregering
(Theocratie).
Gepast- 3. Uit dit oogpunt moet men ook de
heid van geheele Godsdienst en de wetten der Is-
de Gods paëijeten beschouwen, om van hare ge-
overtuigd te worden. De Gods-
derlaraë-*^'®"®^ was grootstendeels met zinnelijke pleg-
lieten. tigheden vervuld, om den Israëlieten een
grootsch denkbeeld van god te geven.
[De Koningen in het Oosten (Azië) wer-
den met den grootsten eerbied vereerd]
God was hun Koning; daarom was er
een groote stoet van Priesters en Levieten,
die als zijne Staatsdienaars konden aange-
merkt worden. De ark des verbonds was
een zinnebeeld van gods grootheid; der-
halve moest daartoe eene prachtige verblijf-
plaats zijn; deze was de tabernakel. —
Hadden de Heidenen eene menigte van
feestdagen: opdat de Israëlieten hierdoor niet
tot afgoderij verleid zouden worden, gaf
, god hun ook eene menigte van plegtige
dagen en van offeranden. — Er werd ech-
ter niet vergeten, hun hierbij onder het
oog te brengen, dal het meest op de