Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
GESCHIEDENIS. 41
Egypte gewoond hadden, en die nn ver-J. d.W.
deeld waren in twaalf stammen, dragende2508—
de namen der zonen van jacob en jozef,
welke de Hoofden dezer stammen geweest
waren (*).
III. Fabao, te vergeefs op de terug- Lotge-
komsl der Israëlieten wachtende, zette hen^alïen
met zijn leger na. De Israëlieten zich nu*^®''^^®"
vlak voor den boezem der Hoode Zee
Arabische Zee) bevindende, zagen door^^^^^^j.
het water heen eene droogte gemaakt, na-
dat mozes zijn staf, op gods bevel, had op
geheven; hier gingen zij droogvoets door,
terwijl het Egyptische leger naauwelijks
er in getreden was, of het werd door iet
water bedekt en dus vernield, waardoor de
Israëliërs zich opeens van hunne vervolgers
verlost zagen.
Voorts zetteden de Israëliërs hunnen togt
voort, hierin voorgegaan door eene wolk,
die hen 's daags tegen de hitte en het stof
beveiligde, en 's nachts door een helder
weerlicht verlichtte. Ofschoon zij in deze
woestijn goede weiden voor hun vee vonden,
was het echter niet mogelijk, dagelijks voor
zoo vele menschen levensmiddelen te ver-
krijgen. — God zorgde, dat zij daarom
eiken morgen op de struiken eene zekere
soort van spijs vonden, zoet van smaak,
en naar korianderzaad gelijkende, hetgene
zij manna noemden. — De bronnen lever-
den hun water om te drinken op, en in-
dien het ontbrak, of niet goed was,
verleende goi> aan mozks de magt, het op
eeue wonderdadige wijze te verschaffen.
(•) Exod. Ylt—XIII