Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ti e s c ii 1 e d e n 1 s. 33
Egyptenaar dood. Dit deed hem vlugten J-d. W.
naar Midian (in Arabië); hier bleef
een' geruimen tijd bij een' Priester,
jetiiro genaamd, trouwde met diens
dochter, en leidde een herderlijk leven,
totdat hij tot belangrijker werk geroepen
werd (*).
XV. De kunsten waren in het begin Toe-
van dit tijdvak niet zeer uitgebreid bij stand van
deze menschen, welke zich alleen bij het''®
herderlijk leven bepaalden. Door hun ver-®^'^^'
blijf in Egypte veranderde dat zeer. l^®
bouw- en schilderkunst, de uitlegging van
zinnebeelden en spreuken, de kennis van
de Staatkunde werden hier, door vele hun-
ner beoefend. Hoe de fraaije dichtkunst
reeds in dit tijdvak bloeide, Iblijkt genoeg-
zaam uit het Boek job, dat tot dezen
leeftijd behoort, en geoordeeld wordt eene
ware geschiedenis ten grondslag te hebben,
in hetwelk de gesprekken, naar de Ooster-
sche wijze, dichtmatig zijn voorgesteld, en
wier voorname inhoud dient, om de God-
delijke Voorzienigheid in de lotgevallen der
deugdzamen tc verdedigen.
De Godsdienst bleef nog zinnelijk; of-
feranden maakten daarvan een groot gedeel-
te uit. Afzonderlijke gebouwen voor de
eerdienst had men nog niet; een altaar en
bosch werden hiertoe alleen gebruikt.
Ofschoon er wel treurige bewijzen van
buitensporigheid in de huisgezinnen van
jacob en zijne zonen voorkomen, waren
de zeden nog te eenvoudig, om veel ver-
basterd te wezen. — De onderdrukking in
O^ Eïod. II,
3