Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
n IJ B E L S C li E
J. d.W.
2007—
2508.
Ter-
meerde-
ring en
onder-
drukking
der na-
komelin-
gen ^an
jacob.
Ge-
boorte
en op-
voeding
van mo-
zes.
door zijne nakomelingen, bij hunnen uitlogt
naar Kanadn^ medegenomen (*).
XIII. De nakomehngen van jacob en jo-
zef vermeerderden zeer sterk, en breidden
zich zoodanig uit, dat zij een volk op zich
zelf uitmaakten. Het ging hun ook nog wel
in Egypte^ ^oo lang er uil het stamhuis van
farao Koningen waren, die in jozefs tijd
geregeerd hadden; maar, nadat er een ander
Koninklijk geslacht was opgestaan, en de
verdiensten van jozef vergeten waren, begon
men de Israëlieten (zoo werden zij nu reeds
genoemd) van hunne vrijheid te berooven,
onder zware belastingen te brengen en tot
slaafschen arbeid te noodzaken. Zelfs wilde
een der latere Koningen met geweld hunne
vermenigvuldiging beletten, door aan de
vroedvrouwen te bevelen, alle jongetjes bij
de geboorte te dooden; deze dit weigerende,
gebood hij aan de ouders, hunne zoontjes
in de rivier Ie verdrinken (f),
XIV. Amram en jochebed verborgen eerst
hun kind in huis, maar legden het toen, in
een mandje van papierriet, aan den oever der
rivier. De dochter des Konings vond dit
kind, noemde hel mozes, nam zijne eigene
moeder lot zoogster aan, en liet het opvoe-
den als een' Koningszoon, en in vele weten-
schappen onderwijzen. Toen mozes veertig
jaar oud was, loonde hij, dat er Israëlitisch
bloed in zijne aderen stroffmde. Hij kon
de onderdrukking zijner landgenooten niet
zien, en sloeg zelfs, in drift, een' wreeden
(") Gen. L , \s. 14—26. — Men gchrnilte hieir
het .Lcoen (jan jozef, door hulshoff.
(f) Exod. J.