Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
24 n IJ B E L S C li E
J. d.W. tegen de afgoderij wilde beveiligen. Daar hij
2007— xich weldra als een braaf nnan deed kennen,
2508. v/ilden de Kanaanieten (afstammelingen van
cuam) hem gaarne eene verblijfplaats onder
hen vergunnen (*).
Aura- K. Abuaham was een man, die een her-
HAMsleef-dersleven leidde. Hij was braaf, en had
vrijze en^ulit ggn vertrouwen op god, dal hij vast
geloofde, bij zijne vrouw, saua, niettegen-
■ staande deze reeds oud was, nog een'
zoon te zullen verwekken, omdat god hem
dit beloofd had. Door het vermeerderen der
kudden kwam er twist, tusschen de bedien-
den van abraham en lotii, over de weide-
plaats. Abraham gaf aan lotii de keuze om
te gaan, waar hij wilde. De neef, minder
ode moedig dan de oom, koos voor zich
de besie streek van Sodom, en abraham trok
naar Hebron, ofschoon het daar zoo vrucht-
baar niet was. Loth werd echter weldra
met de Vorsten der streek, waar hij* zich
bevond, gevangen genomen en weggevoerd.
Men oorloogde toen mot andere wapenen,
dan thans: slingersteenen, boog, pijen en
zwaarden waren de meest gewone werk-
tuigen, met welke men elkander aanviel en
zocht te dooden; voorts nam men alles
mede, wat op do overwonnenen veroverd
werd. Abraham hoorde dit naauwelijks, of
hij trok uit, en ontzette, met zijne man-
schap, de veroverden, toonende bij deze
gelegenheid zijne edelmoedigheid, en werd
door den Koning van Salem gegroet en
gelukgewenscht (f).
(•) Gen. XI. VS. 26 Gen. XII.
(+) Gen. Xin en XIV.