Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
10 B IJ B E L S C H E
J. d. W.volking sterk aanwon. — Eerst woonden zij
1—1656.in holle boomen, spelonken en holen, —
naderhand vonden zij losse draagbare wonin-
gen, of tenten, uit, eerst wel verstrooid van
elkander zich nederslaande, maar naderhand
zich in eene buurtschap bijeenvoegende. Kaïn
bragt dit reeds in trein, en noemde deze
eerste verzameling van woningen Hanoch,
Hun bedrijf bestond in den landbouw en de
veefokkerij; van dit laatste werd vooral eene
zwervende levenswijze gemaakt, zijnde inge-
voerd door jabal, welke stand, naderhand,
zeer uitgebreid en zelfs aanzienlijk is gewor-
den. — De tijd en de noodzakelijkheid deden
allengs de kunslen en handwerken uilvinden.
Behalve jabal, zijn de andere kleinzonen
van kaïn hierin ook beroemd geweest.
jubal vond de zang- en speelluigen, waarop
men blaast, uit; tubalkaïn was de maker
en gebruiker der eerste krijgswapenen. In
het laatste van dit tijdvak was men reeds
ver gevorderd in hel gebruik van gereed-
schappen en in de bouwkunde, gelijk uit
de Ark van noac» blijkt
Toene- VIII. i\let de vermenigvuldiging der men-
mende sehen vermeerderden ook de ondeugden. —
zedeloos- Vijftien eeuwen had de wereld reeds ge-
heid. slaan, en hoe verder van adam af, hoe
meer bederf; zelfs de weinige deugdzamen
lieten zich verleiden door het voorbeeld
der menigte. De heerschende ondeugden
waren hoogmoed en nijd, welke de bron-
nen werden van de groolste zedeloosheid,
wellust en snoodheid. De liefderijke god
liet de menschen wel ernstig waarschuwen,
ja gaf hun eene gansche eeuw, om zich
IV, 17-32.