Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ö BUBELSCHE
J. d. W. gevoelen. Hunne aangenanne verblijfplaats,
Paradijs, moesten zij verlaten, en
zich naar een ander oord begeven, dat
met grootere moeite bearbeid werd; terwijl
het werk, dat zij te voren met veel ge-
mak verrigtten, hun thans zeer moeijelijk
viel. — Vervolgens leerden zij, bij erva-
ring, wat ziekten en ongemakken waren,
en eindelijk stierven zij den dood (*).
Gods i\r_ Qe goede god bewees aan deze
gunst )e-eerste mensc ien, echter, nog in het vervolg
eerste gunst en liefde. — Hij stelde hunnen
dood uit, en gaf hun eene verblijdende hoop
gchen;_op wederherstelling, op verlossing door een'
hunne hunner nakomelingen, ja, op een' veel
kinderen.beteren toestand, dan zij nu ondervinden
moesten. Adam en eva verheugden zich
over deze verschooning; zij begonnen het
Opperwezen reeds op eene zinnelijke wijze
te vereeren, en legden hierdoor de erken-
tenis van dank en afhankelijkheid open.
Adam en eva kregen ook, weldra, kin-
deren, van welke sommige bijzonder be-
kend zijn, kaïn en habel namelijk. Kaïn
hield zich alleen met den landbouw bezig,
terwijl zijn jongere broeder habel de vee-
fokkerij beminde: deze was een braaf man,
maar kaïn, in tegendeel, van eene stuursche
inborst, die noch god, noch zijne ouders
regt kon liefhebben (f).
Moord V. Op zekeren tijd offerden de beide
door broeders, en toen bleek uit een duide-
lijk bewijs, dat god meer behagen be-
toonde in het vertrouwend, gehoorzaam ge-
ome in- j ^gjj uabel , dan in het morrend wan-
gen. ö '
(•) Gen. III.
(. -
f) Gen. IV , vs. 1 , 2.