Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
GESCHIEDENIS.
101
JEZUS dan ook gebiagt. Deze bevond Hem J.n.C.g.
onschuldig, en wilde Hem, gevolgelijk, los-1—33.
laten; maar door de Joden gedwongen, gaf »
hij jezus over, om, naar de Romeinsche
wijze, den kruisdood te sterven, na Hem
eerst wreedelijk te hebben laten geeselen.
Toen judas dit vonnis vernam, ontwaakte
zijn geweten, en hij kreeg zulk eene wroe-
ging, dat hij zich zeiven van hel leven be-
roofde (*).
XX. Op Vrijdag des ochtends viel dit Uitlei-
voor; terstond daarop werd het geslagen
vonnis ten uitvoer gebragt, en jezus, met
twee waarlijk schuldige moordenaars, buiten''^®'"
de stad, naar de geregisplaals Golgotha,
geleid, terwijl Hij met de grootste lijdzaam-
heid dit onverdiende lot onderging, wendende
onderweg nog zelfs zijne belangrijke aan-
spraak tot eenige Hem beweenende vrouwen.
Nu werd Hij aan het kruis gehecht, ter
prooi der folterendste smarten, en aan
den spotlust zijner vijanden overgegeven.
Vergevensgezindheid vloeide evenwel nog
van zijne lippen, terwijl Hij, te midden van
eigen leed, de zorg voor zijne moeder ter
harte nam.
Ontzettend waren echter de omstandig-
heden, welke dit lijden vergezelden: op den
helderen middag werd het stikdonker; de
aarde beefde, steenrotsen spleten, en de
onschuldige Lijder blies, ten drie ure, zijn'
laatsten adem uit, stervende zoo als Hij ge-
leefd had, dat is, standvastig en Godvruch-
tig tevens (f).
(•) Matth. XXVII, Vi. 1-30.
(f) Matth. XXVII, VS, 31—56.