Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Amsterdam, Deventer en Leiden: Frederik Muller, A.H. de Lange en A.W. Sijthoff, 1857
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202277
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 B IJ B E I. S C H E
J.n.C.g.ging. Hij bad tot god, en onderwierp zich
1—33. aan diens wil.
Daarop kwam er eene bezending van ge-
reglsdienaars en wachten, onder het geleide
van den verraderlijken judas, op last van den
Raad, om jezus te vatten. Hij gaf zich niet
alleen gewillig over, maar berispte zelfs een'
zijner leerlingen, die tegen de dienaars geweid
gebruikte (*).
Jezüs XVIil. Men sleepte nu jezus, midden in
voor den den nacht, langs de straten van Jeruzalem,
Raad ge-bragt Hem eerst in het verkeerde huis en
vonnisd. vervolgens in het paleis van den tegen-
woordig regerenden Hoogepriester, cajaphas,
alwaar de Raad vergaderd was. Men onder-
vroeg Hem, maar vond niets tot zijne
beschuldiging. Zijn dood was echter be-
sloten; hierom zocht men twee omgekochte
getuigen op, die, met verdraaijin^ zijner
woorden, Hem van Godslastering beschul-
digden. De Voorzitter sprak hierop het
vonnis des doods uit, terwijl de gevangene,
die, met eene fiere onschuld op zijn gelaat,
alles verdroeg, aan de geregtsdienaars werd
overgelaten, welke Hem op allerlei wijze
schandelijk mishandelden. Inmiddels scheidde
de Raad (f).
Jezüs XIX. Vrijdags morgens kwam de Raad
door den weder bijeen, en bekrachtigde het vonnis,
Romein-(Jes nachts geveld. Deze durfde echter de
ÏT^jk doodstraf niet ten uitvoer brengen, zonder
"^verlof van den Romeinschen Stadhouder,
▼onnisd. z'j"^® pontius pilatus. Derwaarts werd
n Matth. XXVI, VS. 36-56.
(f) Matth. XXVI, v5. 57—75.