Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 'S
dag — druk aan 't spelen, toen we in de verte een
troep vreemde wezens zagen aankomen.
„Dat zijn vast menschen, riep een paar van mijne
makkers , en in een oogenblik zaten we allen in de
toppen der boomen. Zij kwamen naderbij, en gingen
beneden ons in 't gras zitten.
„Ze denken zeker, dat we zoo dom zullen zijn ,
naar beneden te komen ," zei een klein aapje, dat
naast mij zat.
„We zullen wol wijzer zijn ," zei ik.
„En wat deden ze daar in 't gras ?" vroeg de beer,
toen Sim even ophield met vertellen.
„Wij," vervolgde Sim, „wij zaten allen als muisjes
zoo stil, en daardoor schenen de menschen ons niet
op te merken. Zij plaatsten zich rondom een grooten
pot, en begonnen smakelijk te eten. Daarna haal-
den zij eene menigte laarzen uit den zak , en be-
gonnen die uit en aan te trekken. Enkelen van ons
klauterden al wat lager om beter te kunnen zien ,
wat de menschen uitvoerden. Deze keken wel van
tijd tot tijd naar boven , maar probeerden toch vol-
strekt niet ons te vangen. „Nu ," zeiden wij tegen
elkander, „die menschen zijn toch zoo kwaad niet;
men zei ons altijd, dat zij onze grootste vijanden
zijn, en zij doen ons volstrekt geen kwaad!" Na
eenigen tijd vertrokken zij , maar lieten den pot en
de laarzen staan. Nauwelijks waren ze uit 't ge-
zic'ït, of enkelen riepen: „komt, jongens! wie gaat
er mee !" en verscheidene aapjes sprongen naar be-
neden. Ik durfde eerst nog niet goed, en bleef in