Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 'S
weest, om de gevangen torren aan de kleinen te
brengen. Zij hadden er pret in, zooals hunne jongen
smulden.
„Als de kleintjes zoo goed blijven groeien," zei
Hansje, „kunnen ze binnen tien dagen op de takken
bij het nest zitten."
Terwijl ze zoo samen nog wat voort babbelden,
zagen ze den jager niet, die ongemerkt naderbij was
gekomen. Eerst toen hij do kolf van het geweer
tegen den schouder had geplaatst, kregen de vogels
hem in 't oog. Ze vlogen beiden nog op, doch,
helaas! te laat. De moordende hagel deed beiden
neertuimelen.
2. DE WEEZEN.
Ondertusschen zaten de kinderen van Gerrit en
Hansje ongeduldig in het nest te wachten. Van tijd
tot tijd keek Klaas, die de oudste was, al eens
over den rand, maar er kwam niemand opdagen.
De kleinen begonnen onder de hand grooten hon-
ger te krijgen ; 't was nu bijna drie uren geleden,
dat zij iets te eten gekregen hadden.
„Moetje, kom toch 1" riep de jongste. „Ik heb
zoo'n honger! Och, moetje, waar blijft n ?"
Eindelijk hoorde buurman Wormplaag hun ge-
schrei en gejammer. Hij vloog naar het nest, en
vernam wat hun schortte. De goede kraai had mede-
lijden met de hongerige kleinen.
„Kom," zei hij tegen Snavelrecht, — eene kraai.