Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
XIX. DE WEDDENSCHAP.
Kent gij Keetje wel ? O, dat is zoo'n aardig meisje.
Meester houdt ook veel van haar. Zij is wel een
beetje ondeugend; want er gaat geen schooltijd voorbij,
of meester moet haar verbieden. Zij kan het bab-
belen maar niet laten. Meester zegt: „'t is een rechte
babbelaarster, maar zij leert toch goed."
Niemand van ons kan zoo vlug uit het hoofd
rekenen als zij, en in 't bikkelen is zij ook allen de
baas. Zjj heeft 's morgens bijna geen tijd om hare
boterham op te eten , en is dan ook altijd het eerst
bij 't school om te spelen. Er is daar een groote
blauwe steen. Wie nu het eerst bij 't school is, kan
daarop bikkelen. Daarom heeft Keetje zoo'n haast,
Hoe vroeg wij ook komen, Keetje is er altijd het
eerst.
„Morgen zal ik wel zorgen, dat ik er vroeger
ben ," zei Jaantje laatst tegen haar.
„Dat wil ik wel eens zien," riep Keetje. „Ik ben
er om acht uur al!"
„Dan ik om half acht," zei Jaantje.
Nu, wij waren recht nieuwsgierig, wie het winnen
zou en waren daarom den volgenden morgen allen
zeer vroeg bij 't school. . Jaantje was er al toen ik
aankwam, maar Keetje was nergens te zien.
„Nu heeft zij het toch verlorenzei Jaantje.
„Wat zal ik haar strakjes uitlachen, wanneer zij
komt. Zij denkt, dat zij alleen maar vroeg opstaan