Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
•iß
ken. Verleden winter, toen er zooveel sneeuw lag, zei
oom Jan: „komaan, jongens! nu een standbeeld
gemaakt!" Gij kunt begrijpen, hoe druk we het toen
hadden. De kleine jongens rolden telkens nieuwe bal-
len sneeuw aan. De grootere maakten de armen en
beenen, en oom Jan zelf hielp aan het gezicht.
O, wat een grooten neus kreeg onze sneeuwman. De
jongens gaven hem een pijp in den mond, en een
stok in de hand. Zoo bleef de reus wel drie dagen
staan.
Toen het begon te dooien, zei oom Jan: „nu
gaan wij hem aanvallen, jongens !" Hij zette hem
een ouden hoed op, en daarop- gingen we aan 't
gooien. Er vlogen wel vijftig sneeuwballen tegelijk
op hem af. Eerst raakte hij zyne pijp kwijt, maar de
hoed stond nog al vast. Toen er die eindelijk afge-
gooid werd, ging er een luid hoezee I op.
In den zomer gaat oom Jan altijd op reis. Dan
is zijn huisjo gesloten. Met verlangen kijken wij
al naar den dag uit, waarop de vensters weer
worden opengezet. Eenige dagen daarna komt oom
Jan thuis. Dan komen er uit zijne koffers allerlei
aardige dingen te voorschijn.
Nu begrijpt ge zeker wel, dat wij allen veel van
oom Jan houden. Beter man is- er niet.