Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
was. Toen had meester gezegd: „ga maar naar huis,
Gerrit! Ik ben boos op u, omdat ge zoo onge-
hoorzaam zijt!"
Ge kunt begrijpen, dat Gerrit de volgende dagen
goed zijn best deed in de school.
XVI. OOM JAN.
Alle jongens houden veel van oom Jan, en geen
wonder: oom Jan is de prettigste en de beste oom,
die er ooit geweest is. Maar oom Jan is geen oom
van ons; wij noemen hem maar zoo. Hij woont
alleen met een knecht en eene meid in een lief
huisje. Hij zelf heeft geene kinderen.
Wanneer wij voor het school aan 't spelen zijn,
is hij er haast altijd bij. Ja somtijds speelt hij
wel eens met ons mee. Wordt er geknikkerd, dan
heeft oom Jan mooie knikkers in den zak; zijn wij
aan 't tollen of hoepelen, oom Jan maakt onze
zweepjes of hoepels, wanneer ze gebroken zijn. Nie-
mand kan beter vliegers maken dan hij. Toen oom
Jan klein was, is hij zeker de knapste van alle
jongens geweest.
's Zaterdagmiddags hebben wij geen school. Dat
is altijd een prettige middag voor ons. Meestal gaan
wij dan met oom Jan uit. Maar nog nooit hebben
wij zooveel pleizier gehad als verleden Zaterdag.