Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
XI. ONZE HOND.
Onze hond kan allerlei aardige kunstjes. Toen
hij nog jong was, heeft men hem die geleerd; en
men kan wel zien, dat hij goed zijn best heeft ge-
daan. Als vader thuis komt, dan roept hij : „schoe-
nen, Karo !" en aanstonds komt 't beest er mee in den
bok aandragen. Wanneer men hem iets met de lin-
kerhand wil geven, zal hij nooit toehappen, en gaat
vader wandelen, dan blijft hij altijd trouw achter
loopen, totdat vader roept: „vooruit, Karo !" G.tat
vader bij iemand in huis, dan blijft Karo op de
stoep zitten tot hij weer buiten komt. Wanneer wij
iets weggooien en roepen: „verloren, Karo!'' dan
snulfolt hij zoo lang langs den grond, totdat hij
het gevonden heeft. Dan komt hij er mee aandra-
gen, en laat het niet los, vóór wij het hem zeg-
gen. Naar vreemden zou hij niet luisteren. Hij kent
ons allen zeer goed, en men zou bijna zeggen : dat
hij ons verstaan kon. Wanneer wij zeggen : „neem
een stoel, Karo !" dan springt hjj er een, twee, drie
op. Roepen wij dan: „ga op een anderen stoel zit-
ten," dan doet hij het ook dadelijk. En slim dat
hij is ! Daar moet ik u eens wat van vertellen.
Eens moest vader voor zaken naar een naburig
dorp. Toen vader zijn hood en stok kreeg, merkte
Karo al, dat vader uitging, en stond hij dadelijk
■i