Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
„Wel neen!" zei vader, „het ijs is nog lang niet
dik genoeg. Eerst moeten er balken onder liggen."
Een dag of vijf daarna ging ik eindelijk met vader
en mijn broer Gerrit naar den vijver. Moeder had
er mij goed ingestopt; want het was erg koud. Ik
kon haast mijne schaatsen niet vasthouden; mijne
handen waren bijna verkleumd van de kou. In een
oogenblik had Gerrit zijne schaatsen aan; hij kon
al heel goed rijden. Vóór ik de schaatsen aan had,
was hij reeds met andere jongens weggereden.
„Kom, Piet!" zei vader, „wil ik u nu de schaatsen
eens aanbinden ?"
Daar stond ik nu, maar ik durfde mij bijna niet
bewegen, uit vrees dat ik vallen zou. Eerst trok
vader mij een eindje voort, en dat ging heel prettig.
Toen moest ik alleen probeeren, maar nauwelijks had
vader mij losgelaten, of daar lag ik, zoo lang ik was
op het ijs. Vader hielp mij op, maar ik vond het
schaatsrijden toch zoo prettig niet, als ik gedacht had.
Ik wilde maar weer naar huis gaan maar vader
lachte mij uit, en toen probeerde ik het nog eens.
Vader hield mij nu aan de twee handen vast en
toen ging het een beetje. Ondertusschen was ik zoo
koud geworden, dat ik bijna begon te schreien.
Daarop ging ik met vader naar huis. Vader zei:
„je moet het dan maar leeren, als het niet koud
meer is." Ik geloof, dat hij om mij lachte.
Den volgenden dag ging ik toch maar weer, en
toen ging het al wat beter. Twee jongens namen