Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 'S
Spoedig dachten de jonge ooievaars niet meer aan
gevaar. De oude ooievaars wisten altijd heel wat
te vertellen. Zij konden uit hunne hooge woning de
geheele stad overzien. Er gebeurde dan ook niets
bijzonders, of de ooievaars wisten het. Wat zij
zelf niet zagen, kwamen de musschen hun vertellen
Deze hadden hunne kleine nestjes in dat van de ooie-
vaars gemaakt, en deze lieten die nuttige diertjes
daar rustig wonen, maar dan moesten zij ook alles
vertellen , wat zij hier of daar zagen. Zoo konden
de ooievaars precies zeggen, welke kinderen 's avonds,
als 't klokje van gehoorzaamheid sloeg, niet zoet naar
bed gingen, of welke kleine jongens wel eens prut-
telden, als zij naar school moesten gaan.
„Luistert!" zoo begon de oude ooievaar, „ik zal
u wat vertellen van dien kleinen krullebol, die zoo
hard mee zong van „'t hangen en verbranden." De
musschen hebben 't ons verteld, toen wij in 't voor-
jaar teruggekeerd waren.
's Winters is het in dit land erg koud, zóó koud,
dat de wolken in stukken vriezen en in kleine, witte
vlokken op de aarde vallen."
„Vriezen dan die kleine jongens ook in stukken ?"
vroegen de jonge ooievaars.
„Neen, ze blijven dan den geheelen dag in de
kamer. Zij hebben 't warm en wèl. Maar onze
kleine musschen hebben 't bitter kwaad. Ze kun-
nen dan nergens eten vinden, en als de sneeuw —
zoo noemen de menschen die witte vlokken — lang
blijft liggen, sterven er somtijds van honger. Toen