Boekgegevens
Titel: Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Auteur: Vletter, W. de
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1883
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9147
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202255
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Jeugd en vreugd: een leesboek voor de middelste klasse der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 'S
XXXIII. DE OOIEVAARS.
Op den hoek van een hoog huis stond een ooie-
vaarsnest. Het wijfje zat er op met haar vier kleine
jongen. Als men goed keek, kon men de koppen
van de jongen zien. Zij keken over den rand van
het nest naar beneden; zij maakten zich erg boos
over 't geen zij hoorden en zagen Daar beneden
stonden eenige kleine jongens uit al hunne macht
te schreeuwen.
„Hoor," zeiden de jonge ooievaars, „ze zeggen,
dat wij opgehangen en verbrand zullen worden. Zou
dat waar zijn?"
"„Wel neen!" zei de oude ooievaar, „als ge wat
grooter zijt, leert ge vliegen ; dan gaan we naar een
land, ver van hier; daar eet ge zooveel kikkers, als
ge maar lust."
„Blijven die ondeugende jongens dan hier?" vroe-
gen da bange ooievaars.
„Zeker," antwoordde de oude, „zij kunnen immers
niet vliegen."
„Als we groot zijn , zullen we hun de oogen uit-
pikken!" riep de oudste van de jonge ooievaars.
„Wil-je dan kwaad met kwaad vergelden?" vroeg
zijne moeder. „Die kleine jongens meenen het zoo
kwaad niet. Wees maar gerust, ze zullen u niets
doen. Luister, ik zal u dan iets vertellen."