Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
Betrekkingen tusschen goniometrische verhoudingen
van een zelfden hoek.
13
14
15
Van een scherpen hoek is de cosinus J . Bereken de overige
goniometrische verhoudingen van dien hoek.
Van een stompen hoek is de tangens — l. Bepaal de
overige goniometrische verhoudingen van dien hoek.
Schrijf eenvoudiger cos + cot ^i: sin
Herleid (cosec d— i) (cosec d -f i).
Van een uitspringenden hoek is de cosinus •—• J. Bereken
de overige goniometrische verhoudingen van dien hoek.
•■ , O . „ sin •'a
Bewijs dat tg ^a — sin ^a — —— •
cos ^a
Herleid
cosec '^m (i — cos — 2 cot
Van een inspringenden hoek is de cotangens — 2. Bereken
de overige goniometrische verhoudingen van dien hoek.
Bereken tg x als
2 cos '^x — 23 sin X 10 = O-
Bereken cos z, als
cos z . cot 2 . cosec z = \(>.
Als de sinus van een scherpen hoek ^ is , bereken dan de
overige goniometrische verhoudingen van dien hoek.
De cosinus van een scherpen hoek is j/1; bereken de
overige goniometrische verhoudingen van dien hoek.
De tangens van een scherpen hoek is A; bepaal de overige
goniom. verhoudingen van dien hoek.
Bewijs de volgende gelijkheden
cosec (i —cos — I — 3 cot (i cot 2/).
Herleid — 2 sec ^a tg ^a -f- tg -)- sec *a.