Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
14- Van een koordenvierhoek zijn de zijden
AB = 19 , BC = 23 , CD = 28 en DA = 25.
Bereken de oppervlakte en den inhoud van het lichaam,
dat ontstaat door wenteling van den vierhoek om de zijde
BC als as.
25. Bereken den sinus van 333".
26. Van een vierhoek ABCD is AB = 2 M, de oppervlakte
I M2 , AD = DC = CB ; AD en BC snijden, verlengd
zijnde, elkaar onder een hoek van 60°. Bereken AD.
'27. Voor een driehoek ABC zijn gegeven
« = 87,935
^ - 539.076
A = 8° 2' 49".
De onbekende zijde en de onbekende hoeken van dien drie-
hoek te berekenen. £x. Artillerie-cursus Delft 1888.
28. Een scheeve piramide heeft een regelmatigen zeshoek tot
grondvlak met ribben van 1 dM. lengte. Als de lijn,
die het toppunt met het middelpunt van 't grondvlak ver-
bindt I cM lang is en een hoek van 64° met het grond-
vlak maakt, bereken dan den inhoud van dat lichaam.
29. Hoe groot is de inhoud van een bolschijf, die door een'
grooten cirkel (evenwijdig aan grond- en bovenvlak) in 2
gelijke deelen verdeeld wordt, als de straal des bols = r
en de middelpuntshoek van den sector wiens boog door
omwenteHng om de middell. het ronde oppervlak van de
schijf beschrijft , = 2 a is.
(a = 45° 12' 45", r = 6,o6.
30. Een cirkel is beschreven , die de beenen van een gegeven
hoek ABC raakt en door een gegeven punt P gaat; men vraagt
den straal van dien cirkel te berekenen , als gegeven is :
Z. ABC = 2 a ; de lijn BP = « en de hoek dien de lijn
PB maakt met een der beenen van Z. ABC = (3.
(2a = 5°" - 7, i3 = 3o")-