Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
8. Van een vierhoek ABCD is gegeven
AB = 5, cd = 3, £.B=iD = 105" en ^ C = 9o^
Bereken de oppervlakte. Ex. K^ 1884.
9. Bewijs de formule
tg l- (a — A) ^ tg (è — B) _
tg I {a + A) tg J + B) ■ Idevi.
10. Als van een vlakken driehoek gegeven zijn
l A = 6f 22' 48" a = 25
en de verhouding der stralen van de aangeschreven cirkels,
die ^ en uitwendig raken, 2,125 > bereken dan de opper-
vlakte van den driehoek. Idem.
11. Van een boldriehoek ABC zijn bekend
b = 120" 55' 35", ^ = 73" 49' 38" en C = 88= 52' 42".
Bereken de plaats van het punt, waar de lijn, die den bui-
tenhoek in het hoekpunt A midden doordeelt, de over-
staande zijde ontmoet. Idem.
12. Bereken x uit de vergelijking
cos X -f cos ''■X cos ^x cos *x —
sin X sin '^x -f- sin '-^x sin Idem.
13. Onderzoek, of de volgende vergelijking identiek is
cos} X 360° + cos I X 360° + cos I X 360° = — i-
14. De hoekpunten van een gelijkzijdigen driehoek liggen op
drie evenwijdige lijnen , waarvan de middelste van de andere
twee verwijderd is 0,038 M en 0,0547 M. Bereken de
zijde van den driehoek.
15. Van een koorden vierhoek zijn gegeven de lengten der 4
zijden 0,2364 M, 0,318 M, 0,2865 ^ en 0,4474 M. Be-
reken de hoeken, de diagonalen en de oppervlakte van den
vierhoek.
16. Van een vierhoek zijn gegeven de zijden AB = 5 , BC — 7,
CD = 3 , DA = 8 en de oppervlakte = 24. Bereken de
hoeken van dien vierhoek.