Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
deze twee snijdt, met de eene een hoek van 70° en met
de andere een hoek van 83° maakt. Bereken den hoek,
dien die opstaande ribbe met het grondvlak maakt.
Litt. Mathem. ex. 1885.
9. Van een driehoekige piramide TABC is de hoogte 3 M.,
de opstaande ribbe TA = 4 M , terwijl deze met de ribben
AC en AB hoeken maakt van 120° 13" en 57° 10' 12".
Hoe groot zijn de standhoeken op de ribben AC en AB?
Eindex. Gymn. Leiden, 1884.
10. Van een scheefhoekig parallelopipedum zijn de ongelijke
ribben 13 , 20 en 25 meter.
Twee aan twee maken zij met elkander hoeken van 25°, 35°
en 45°. Hoe groot is de inhoud van het lichaam ?
Ex. K' 1886.
11. De projectie van een hoek in de ruimte is 15° 16' 6'
de beenen maken met hun projecties hoeken van
1° 34' 19"
0° 51' Ji"
hoe groot is de hoek in de ruimte ?
12. Van een vierhoekige piramide TABCD is het grondvlak
ABCD een ruit. Als nu AD = 17,3 M , AC = 27,5 M ,
L TAD = 47° 28' 20", L TAB = 67° 20' 10", vraagt men den
hoek te bepalen, waaronder TA op het grondvlak helt.
Eindex. Gymn. Leiden, 1886.
13. Als a en b twee overstaande ribben van een viervlak zijn,
l haar kortste afstand en h de hoek, dien zij met elkaar
maken , is de oppervlakte van het viervlak gelijk aan i abl
sin h. Bewijs dit.
14. Van een afgeknot recht driezijdig prisma zijn de ribben van
het grondvlak AB = 19,4 , BC = 23,85 en CA = 14,38.
De opstaande ribben, die recht op het grondvlak staan, zijn
AD = 48,2 , BE = 60 en CF = 70,25.
Bereken den hoek, dien het bovenvlak van 't prisma met
het grondvlak maakt.