Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
Toepassingen.
1. Van een rechthoekig parallelepipedum zijn de drie ribben 15 ,
8 en 13 cM. Bereken de scherpe hoeken, waaronder de
diagonalen van dit lichaam elkaar snijden.
2. Van een viervlak zijn de ribben van 't grondvlak AB = 8,2
cM , BC = 9,3 cM en CA = 11 cM en de opstaande ribben
AD = 15,4 cM , BD = 18,2 cM , CD = 16,7 cM. Bereken
den inhoud van dat lichaam.
3. Van een regelmatige vijfhoekige piramide is de ribbe van
't grondvlak 8 en de hoogte 12. Bereken de standhoeken ,
die de opstaande zijvlakken onderling en met het grondvlak
maken.
4. Bereken den hoek, dien twee opstaande zijvlakken van een
regelmatige vierzijdige piramide met elkaar maken , als de
tophoek van een der opstaande zijvlakken 30° 20' is.
Toelatingsex. Univ. 1888.
5. Van een viervlak ABCD zijn gegeven de ribben
AB = 23, BC = 28, CA = 34, AD = 42, BD —38, CD = so.
Bereken de standhoeken op de ribben AB en BD.
Bereken den inhoud van het lichaam.
6. Van eene regelmatige achtzijdige piramide bedraagt de hoek
tusschen de opstaande ribben van een zijvlak 20° 12' 30";
bereken door middel van boldriehoeksmeting den standhoek
tusschen twee zijvlakken. Litt. Mathem. ex. 1888.
7. Van een scheefhoekig parallelopipedum zijn gegeven de rib-
ben en de hoeken , die zij met elkander maken ; gevraagd
de lengte der Kchaamsdiagonalen benevens de inhoud van
het lichaam. Ex. K^ 1886.
8. Van een parallelepipedum maken twee ribben van 't grond-
vlak een hoek van 55°, terwijl de opstaande ribbe, die