Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
8. Bepaal het oppervlak van een bol A, als men weet
A = 37° 40' 23", B = 100° 25' 40", ^ = 50° 14' 12',
terwijl de straal van den bol 17,3 M bedraagt.
Eindex. Gymn. Leiden , 1887.
9. Van een boldriehoek is de oppervlakte 8,623 dM''^. Als twee
zijden 82° 13' 8" en 57° 16' 25' zijn en de ingesloten hoek
44° 9' 10", bereken dan den straal van den bol.
(O. Van een boldriehoek ABC is gegeven zijde a = 65" 11' 30',
de tegenovergelegen hoek A = 32° 57' 40", en het verschil
der beide andere zijden b en c = 57° 4'. Men vraagt naar
de oppervlakte van dezen driehoek.
De straal van den bol is i meter.
Litt. Mathem. ex. 1884.