Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
37- Noemt men de deelen DAB en DAC , waarin de tophoek
van een boldriehoek ABC door den loodrechten boog, uit
A op BC neergelaten, wordt verdeeld, x en y, dan is
cot i (y — g) _ sin {b + c)
tg I A sin {b — c)
Bewijs dit. Toelatingsex. Univ. 1888.
^38. In eiken bolvierhoek heeft men de volgende betrekkingen
sin (a -f = sin c (cos A -f- cos B) : 2 sin'-^ | C
sin {a — V) — sin c (— cos A cos B) : 2 cos'^ | C
cos J (A + B C) = — sin i a sin ^ sin C : cos J c
cos J (A B — C) = cos ^ a cos ^ ^ sin C : cos ^ c
cos (A — B — C) = sin i rt cos ^ ^ sin C : sin i c.
39. Een bol A ABC is gegeven door
« = 75° 23'8", 4, ^=65° 24'32",6, C =^59° 12'17", 4-
Men vraagt de zijde c te berekenen
i" door zich te bedienen van de analogiën van Neper, enz.
2' door den A in 2 rechthoekige AA te verdeelen door
den boog van den grooten cirkel BE loodrecht op de zijde AC.