Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
Rechthoekige boidriehoeken.
1. Van een bol A is gegeven L A = 90°, a = 93° 29' 16",
L 0 = 95° 52' 48', gevraagd de andere elementen.
2. Van een rechthoekigen boldriehoek is één der rechthoeks-
zijden 94® 12' 13" en de overstaande scheeve hoek 92° 13'
47". Bereken de overige elementen.
Litt. Mathem. ex. 1887.
3. Van een rechthoekigen boldriehoek is de rechthoekszijde
a — 125° 26' 40" en de aangrenzende scheeve hoek
B=^95" 10' 30".
Bereken de schuine zijde c en beredeneer waarom deze
scherp moet wezen en waarom A en 6 stomp zijn.
Litt. Mathem. ex. 1886.
4. Van een boldriehoek zijn gegeven
i. A = 97° 20' , l B 95° 31' 32" en i C = 115° 36' 4'.
Bereken de zijden van dien driehoek. Ex. K^ 1886.
5. Van een boldriehoek is gegeven
li A = 90", a = 83° 29' 16' ^ C — 95° 52' 48";
gevraagd de andere elementen. Ldem.
6. Van een boldriehoek ABC is gegeven
A = 90°, B = 66° 6' 24", 6 62° 11' 28'.
Gevraagd de overige elementen. Idem.
7. Van den rechthoekigen bol A ABC {L 90°) is gegeven
a — 82° 3' 16" en = 77° 56' 44". Bereken de lengte
van den loodrechten boog uit A op BC.
Eindex. Gymn. Arnh. 1887.
8. Als een boldriehoek rechthoekig is in C , is:
= tg \{c — a) tg - ic^ a).
Toelatingsex. Univ. 1887.