Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
14- Een lichaam doorloopt op een hellend vlak , tengevolge der
werking van de zwaartekracht, een weg van 35 meters. De
projectie van dien weg op een horizontaal vlak is gelijk aan
18 meters. De wrijvingscoëfRcient is 0,2.
Hoeveel tijd heeft het lichaam noodig om dien weg van
35 M af te leggen ?
Antw. : 3,075 seconde.
15. Van een scheef parallelepipedum zijn drie ribben AB , AC,
AE, die in éen hoekpunt samenkomen, lang 14, 18 en
23. Als l BAC = 72" 13' 45". EAC = 58' 9' 8' en
l BAE = 84° 21' 33', bereken dan de oppervlakte van dat
lichaam.