Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
Toegepaste driehoeksmeting.
1. Den afstand te berekenen van twee ontoegankelijke punten
P en Q, als gegeven is de lijn AB = 76,9, l BAP = 40° 15' 30",
l BAQ = 25° 16' 25", l ABP = 19' 25' 40" en l ABQ
= 56"^ 20' 30'. Eindex. Gymn. Arnhem 1887.
2. In vierhoek ACBP is gegeven :
BC = 16789 M , AC = 29977 M, AB = 28883 M, l APC
= 88° 32' 10", l BPC 42" 37' s".
Gevraagd PA, PB , PC.
3. Drie punten A , B en C liggen in dezelfde rechte lijn en
men kent de afstanden AB = 89 en BC= 112. Uit een
punt P meet men de hoeken APB = 23° 8' 45" en BPC
= 32° 19' 8". Bepaal de afstanden PA en PC.
4. Den afstand te berekenen van twee ontoegankelijke punten
P en Q, als gegeven is;
lijn AB = 76,9 ,
hoek BAP = 40° 15' 30",
hoek BAQ = 25° 16' 25",
hoek ABP = 19° 25' 40",
hoek ABQ = 56" 20' 30'.
Eindex. Gymn. Arnhetn 1887.
5. Vereenig een punt Q buiten A ABC over de zijde AC met
de hoekpunten. Als nu BC = « = 701,42 , AB —c = 822,73,
l ABC = 145° 39' 50", l AQB = 7n = 52° 44' 22" en l BQC
= «=38" 37' 38" is, bereken dan AQ, BQ en CQ.
Eindex. Gyjnn. Arnhem.