Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
sin (A — B) : sin (A 4- B) = — b'') : ^^
tg \ A :tg \ V,^{s-b)-.{s — a)
d^ sin 2 B b'^ sin 2 A = 2ab sin C.
40. Bewijs , dat de rechte lijn, die hoek A van een driehoek
middendoor deelt, gemeten tot aan de overstaande zijde,
gelijk is aan
2bc . cos I A
41. Bewijs, dat de hoogtelijn op de zijde a van een driehoek
gelijk is aan
b' sin 2 C c^ sin 2 B
2a.
42. In een driehoek ABC is gegeven b = 201,3 M, c— 293,9 M
en A = 23° 27' 32". Bereken de lengte van de lijn,
die rechthoekig op AB staat en den driehoek in twee even
groote deelen verdeelt.
Antwoord: 71,49 M.
43. Van een trapezium zijn gegeven de evenwijdige zijden
AB = 324,35
CD 208,15
i. A — 90°
l B =. 32° 25'
Bereken de oppervlakte van het trapezium.
Antwoord : 19647.
44. Bereken de zijden van een driehoek, waarvan de opper-
vlakte 10 vierkante meter is en de hoeken
178^ 30' 29"
i" o' 4"
en 29' 27" zijn.
Antwoord : 58,98 , 39,58 en 19,406.
45. Van een trapezium staan de evenwijdige zijden tot elkaar
3,083 : 5,^85714^. De hoeken aan de grondlijn zijn 85° en
58" 27' 40" en de omtrek is 3,1468 M. Bereken de zijden
van dat trapezium.
46. Welke betrekking bestaat er tusschen de zijden van een
driehoek, als
sin 2A -f sin ^B -f sin '•^C = 2.