Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
19 .
i o. Bereken de onbekende elementen van een driehoek, als
gegeven zijn
a = 4 + \/ 80 , <r = 4 en C—■ 18".
11. Van een driehoek zijn de hoogtelijnen 42, 30 en 35. Be-
reken de hoeken van dien driehoek.
12. Van een parallelogram zijn de hoeklijnen lang 4,875 dM
en 6,94 dM, terwijl deze elkaar snijden onder een hoek
van 57° 13' 44". Bereken de zijden van dat parallelogram.
13. Van een driehoek is A — 40° 45' 10"
A 110° 12' 40"
en de som der zijden tegenover die hoeken 15,4 cM. Bereken
de derde zijde. Toelatingsex. Veeartsenijschool 1887.
14. Als de koorde van een cirkelsegment 34 is en de pijl 8 ,
bepaal dan den boog van dat segment.
15. Van een driehoek zijn gegeven de 3 hoeken benevens de
zijde a. Bereken de stukken , waarin deze wordt verdeeld
door de loodlijn , die uit het overstaande hoekpunt op deze
zijde wordt neergelaten. Toelatingsex. Univ. 1887.
16. In eiken driehoek heeft men
d'- -[- b^ -j- c'^ — 2 (ah cos C bc cos A ca cos B).
Bewijs dit.
17. Bewijs dat in eiken driehoek
« . sin (B — C) + ^ . sin (C — A) + f . sin (A — B) =: o.
18. Van een A ABC zijn de zijde AB = 30 , de zijde BC =
37 cM en de hoek ABC = 47° 12' 40". Op AC als
basis wordt een gelijkbeenige driehoek ADC beschreven,
die even groot is als A AHC. Bereken l ADC.
Litter. Mathem. ex. 1885.
19. Van driehoek ABC zijn gegeven l B = 68° 26' 17",
L C — TS" 8' 23" en de hoogte AH = 148,19. Bereken
de lengten der 3 zijden.
Antwoord : b — 153,32 , c = 159,35 , a — 97,87-
20. Van een driehoek ABC zijn gegeven
AB—I55I
BC = 2585
CA = 2068.