Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
11. Welke hoeken tusschen o° en looo" hebben tot cosinus
0,548?
12. Bepaal het aantal graden van den boog van een cirkel,
welke I tot straal heeft, als de lengte van dien boog gelijk
is aan den sinus van 40®.
13. Als gegeven zijn de hoeken = 23" 57' 19" en ^ = 21®
16'46", vraagt men den scherpen hoek te berekenen, waar-
voor men heeft
sin X = sin a -f- sin
Antwoord: 50'' 15' 31".
14. Als a::==if 35' 44", vraagt men een hoek te bepalen,
zó O dat
sin = 2 sin a.
15. Bereken de waarde van
sm Tx
- 2 cos 2X - 2 COS 4X - 2 cos 6x,
sm x
als = 83" 24' 36".