Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over de driehoeksmeting
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9095
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202236
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over de driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het gebruik der tafel.
1. Bepaal de logarithme van sin 15" 32' 30".
2. Zoek in de tafel log cos 59° 24' 50"
log sin 28° 45' 23"
log cos 34° 27' 42'
log tg 10" 22' 10'.
3. Bepaal log cot 25" 12' 30"
log cot 36° 21' 40'
log tg 76^ 38' 12".
4. Zoek op in de tafel log sin 164° 25' 33"
log cos 134° 27' 44"
log tg 223° 42' 51".
5. Bepaal met behulp der logarithmentafels
sin 41" 25' 18' en tg 53' 36' 28".
6. Bepaal log sec 212° 34' 8'
log cosec 121° 14' 47".
7. Voor welken hoek van het eerste kwadraat heeft men
log sin X = 0,23456 — I
log cos a = 0,82435 — 2
log tg z = 1,26807
log cot p — 0,35791.
8. Bepaal de hoeken in het tweede kwadrant, waarvoor men
heeft
sin a — ^ , cos h — — | , tg <r = — 1,8.
g. Bepaal den kleinsten positieven hoek , waarvoor men heeft
tg = sin 12° 24' 48' + cos 12° 24' 48".
Antwoord : 49° 59' 46'.
10. Voor welken hoek van het tweede kwadrant heeft men
sin X — 1^2 : j/3 ?
Antwoord : 140° 46' 7 ".