Boekgegevens
Titel: Leerboek der algebra
Deel: I
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1893
7e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9042
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202232
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
geeft. A kan die som betalen, als C hem een vierde van zijn geld
geeft. Hoeveel bezit ieder?
9. Drie kapitalen bedragen samen f 10500. Het eerste staat
tegen 5, het tweede tegen 4 en het derde tegen 3 percent uit.
De interesten bedragen samen f 399, terwijl de interest van het
tweede kapitaal f 2 minder is dan die van het eerste. Hoe groot
is ieder kapitaal ?
10. Van een getal van 4 cjjfers bedraagt de som der cijfers van
de eenheden en de tientallen 3 minder dan de som der andere
cijfers. Driemaal het cijfer der tientallen is gelijk aan het getal
van 2 cijfers, dat men verkrijgt, als men het cijfer der honderd-
tallen als eenheden en het cjjfer der duizendtallen als tientallen
beschouwt. De som der 2 middelste cijfers is het veertienvoud van
de som der uiterste, en de som der 4 cijfers is het vierdedeel van
het getal, dat gevormd wordt door de cijfers der eenheden en
tientallen. Welk getal van 4 cijfers wordt bedoeld?
11. Iemand heeft drie vaten wjjn, elk bevattende 50 L. Hjj
heeft dien wijn verkregen door twee soorten te zamen en met water
zoodanig te mengen, dat in het eerste vat op 35 L. van de 1ste
soort, 8 L van de 2de soort en 7 L water zijn. In het 2de vat
op 40 L van de 1ste soort, 6 L van de 2de soort en 4 L water.
In het derde vat op 38 L van de Iste soort, 5 L van de 2de soort
en 7 L water. Hoeveel L moet men uit elk vat nemen om 100
L te krijgen, waarin de hoeveelheden wijn 2de soort en water
gelijk zijn , terwijl er 6 maal zooveel wijn van de eerste soort als
water in is? Toel.ex. Milit. Akad. 1891.
12. Iemand koopt 3 partijen linnen tegen 50, 60 en 70 cent
den M. Als hij de drie partijen tegen 65 cent den M verkoopt,
wint hij 5 %. Verkoopt hij den M echter met 10 cent winst, dan
bedraagt de geheele winst half zooveel als de inkoop der tweede
partij. Als de eerste twee partjjen bij inkoop f 40 meer kosten
dan de derde partij, hoe groot is dan elke partjj ?
Litt. Mathem. ex. 1892.